De volgende weken staan in Sint-Truiden in het teken van carnaval. De senioren trokken de zotskap al aan, de jeugd deed dat gisteren en her en der ontdekken we dat het carnaval, na een periode van rustige kalmte, weer wat leeft. De groepen houden hun bals en recepties, prinsen en prinsessen doen waarvoor ze aangesteld zijn: leven in de brouwerij brengen. En of iets echt leeft, ontdek je aan geboortes. Leven stel je enkel vast als er vernieuwd wordt, als er nieuwe groepen komen. Mijn dagelijkse portie pers heeft me ervan overtuigd dat het Sinttruins carnaval helemaal niet dood is. Hadden sommigen misschien gewild, maar gelukkig liep het niet zo’n vaart.
Vorig jaar mocht ik carnaval als minister meemaken in Aalst. Carnavalisten hadden daar geen greintje compassie met de politiek. En het deed nog goed ook, op tijd en stond herinnerd te worden aan de relativiteit van het politieke doen en laten van de mens. Daarom moet de politiek het carnaval ook gerust laten. Wanneer een mens of een groep mensen plezant wil doen, kritisch creatief wil zijn en dat overgieten met een sausje van speels cynisme en plezant sarcasme, dan moet de politiek daar ver vandaan blijven met zijn vermanend vingertje. En het gebeuren ondergaan.
Volgende week is het de echte carnavalsweek in Sinttruin. Verloure Moandag en Vetten Deisdag zijn de hoogdagen van wat al eeuwen een volksvermaak is dat we moeten koesteren, activeren en steunen waar nodig. Een volksvermaak dat ook mag lachen met de politiek zonder dat de politiek daar rancuneus over wordt. Want er is niks pissiger dan een politicus of politica die denkt dat hij of zij perfect zijn. Carnaval zou daarvoor wel eens een goede en zeer waarheidsgetrouwe spiegel kunnen zijn. Aan alle carnavalisten in het land: alaaf !
|